Toespraak bij de Dodenherdenking Korendijk

dodenherdenking

Piershil- Het centrale thema voor de dodenherdenking van dit jaar is verzet. Nadat het besef van de bezetting van Nederland door de Nazi’s in 1940 enigszins was doorgedrongen tot de bevolking, kwam het verzet voorzichtig op gang. Pas na enige tijd kreeg het verzet een vorm van organisatie en coördinatie. De motieven om actief te worden in het verzet waren verschillend. Daarbij kwam dat lang niet iedereen zicht had op de gevolgen van het in verzet komen.

Toespraak Drs. S. Stoop, burgemeester van Korendijk

2018 Jaar van verzet

Het centrale thema voor de herdenking van dit jaar is verzet. Nadat het besef van de
BEzetting van Nederland door de Nazi’s in 1940 enigszins was doorgedrongen tot de
bevolking, kwam het verzet voorzichtig op gang. Pas na enige tijd kreeg het verzet
een vorm van organisatie en coördinatie. De motieven om actief te worden in het
verzet waren verschillend. Daarbij kwam dat lang niet iedereen zicht had op de
gevolgen van het in verzet komen.
Ik kreeg van het Nationaal Comité 4 en 5 mei een mooie tekst aangereikt over ieders
verantwoordelijkheid bij het beantwoorden van de vraag: Wat zou jij doen? Ik deel
graag met u en jou wat Frank van Vree, directeur van het NIOD, Instituut voor
Oorlogs- Holocaust- en Genocidestudies schreef:
Het besef van verantwoordelijkheid voor de ander – dat is waar een discussie
over de actuele betekenis van het verzet mee zou kunnen beginnen. Wat zou
ik doen wanneer er een beroep op mij wordt gedaan, wanneer ik zie dat de
waardigheid van de ander in het geding is? En hoe ver strekt mijn
verantwoordelijkheid, welke middelen zijn gerechtvaardigd, welke gevolgen,
voor mijzelf en voor anderen, vind ik aanvaardbaar? En hoe kies ik een kant
als mijn eigen toekomst onzeker is?
Op onze zoektocht naar antwoorden kan de geschiedenis van de Tweede
Wereldoorlog ons helpen, juist omdat die oorlog, met al zijn verschrikkingen, in
zo veel opzichten nog dicht bij ons staat. Een bezoek aan een museum, het
bijwonen van een herdenking of het lezen van een boek kan het beginpunt
van zo’n zoektocht vormen, maar is niet voldoende. Waar het om draait is na
te denken over de wereld van toen én de wereld van nu, en dan over te gaan
tot zelfonderzoek, met als belangrijkste vraag: in hoeverre sta ik werkelijk
open voor het beroep dat de ander op mij doet? Einde citaat.

Als ik deze woorden op me laat inwerken, komen een paar dingen boven.
In de eerste plaats is er voor iedereen voldoende huiswerk om er na de plechtigheid
van vanavond verder over na te denken, niet alleen individueel maar ook in
groepsverband. Wat zou u of jij doen? Wat zou ik doen?
In de tweede plaats vinden we het met de kennis van nu heel vanzelfsprekend dat
mensen in verzet kwamen, maar eigenlijk is dat helemaal niet zo. Het merendeel van
de bevolking bleef passief en een klein deel koos al of niet bewust de kant van de
bezetter. Van hen die ‘fout’ waren, kregen sommigen ongetwijfeld later berouw en
gevoelens van schaamte. Generaties na hen, die niet verantwoordelijk kunnen
worden gehouden voor een foute keus van voorouders, hebben van dat laatste soms
tot op de dag van vandaag last.
In de derde plaats moeten we ons er dus van bewust zijn dat de vraag ‘Wat zou jij
doen?’ door een groep mensen die gebukt gaat onder de gevolgen van de oorlog
verbogen wordt tot de vraag ‘Wat heb jij gedaan of waarom heb jij dat gedaan?’ Niet
zelden blijven deze laatste vragen voor altijd onbeantwoord.

Afgelopen najaar bezocht ik met mijn vrouw herinneringscentrum kamp Westerbork.
Wij kwamen onder de indruk van de grootte van het kamp dat als een dorp
functioneerde. Je zou denken dat daarbinnen ook een vorm van verzet kon worden
georganiseerd. Niets is minder waar! Kampcommandant Gemmeker had een even
uitgekiend als duivels systeem van verdeel en heers uitgedacht. Uit de Joodse
bewoners werd een ordedienst en een nauwkeurige administratie opgezet, waardoor
de kampleiding iedere week het uit Duitsland gevraagde aantal Joden per trein kon
laten deporteren. Omdat Gemmeker vond dat hij ze in goede conditie moest
‘aanleveren’, liet hij zelfs voor een pasgeboren zieke baby alle noodzakelijke
medische zorg uit het hele land aanrukken, opdat deze een paar weken later gezond
en wel op transport kon. Verzet bieden was in de omstandigheden in het kamp geen
optie, omdat weigering tot medewerking onverbiddelijk leidde tot het afvoeren van de
weigeraars. Verzet bieden bracht dus levensgrote risico’s met zich mee. Op deze
geraffineerde manier werden in de periode tussen juli 1942 en september 1944 97
treinen met in totaal 107.000 mensen (ruim tien keer zoveel als er inwoners in de
gemeente Korendijk zijn) naar vernietigingskampen in Duitsland, Oostenrijk en Polen
overgebracht; naar Auschwitz, naar Theresienstadt, naar Bergen-Belsen en naar
Sobibor, namen die huiveringen oproepen. Er keerden er slechts 5.000 mensen
terug…102.000 mensen vonden de dood, van baby’s tot oude mensen. Hun namen
zijn nu dagelijks hoorbaar in Westerbork.

Herdenken blijft noodzakelijk

Misschien kent u het boekje “waarom de tram stil stond…”. Ik kreeg dit boekje,
waarvan W.G. van de Hulst jr. de schrijver is, toen ik op de basisschool zat. Het gaat
over twee jonge meisjes die zich afvragen waarom op de avond van de vierde mei
tegen acht uur de tram stopt, terwijl hij niet bij een halte staat. Via een omweg horen
ze later van een oudere mevrouw een deel van een aangrijpende
familiegeschiedenis uit de Tweede Wereldoorlog, waarbij twee kleine meisjes het
dodelijk slachtoffer worden van een beschieting. In de typische Van de Hulst-stijl
wordt uitgelegd wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog in ons land is gebeurd.
Bij het voorbereiden van mijn toespraak moest ik aan dit verhaal terugdenken.
Waarom zijn we twee minuten per jaar stil? Wat is het nut en de noodzaak van een
Nationale Dodenherdenking, waarbij we letterlijk en figuurlijk worden stilgezet om te
denken aan onze burgers en militairen die door oorlogsgeweld om het leven zijn
gekomen? Een antwoord op deze vragen is omdat we respect willen betonen aan
hen die in verzet zijn gekomen tegen een systeem van onrecht en van
onderdrukking, tegen een regime dat uit was op vernietiging van het Joodse ras. We
gedenken hen die zich hebben ingezet voor vrijheid en recht. Helaas kunnen we niet
ophouden bij het herdenken van de periode tussen 1940 en 1945. Ook in de jaren
daarna zijn er Nederlanders geweest die tijdens internationale vredesmissies hebben
gewerkt voor herstel van recht en orde en die tijdens hun werkzaamheden het leven
hebben gelaten. In Bosnië en Kroatië, in Uruzgan, in Mali en op andere plaatsen in
de wereld.

Motto: Geef vrijheid door

We herdenken onze oorlogsdoden in een tijd, waarin in ons land de vrijheid bijna
onbeperkt schijnt. Maar ook in een tijd waarin op andere plaatsen in de wereld
vrijheid onder druk staat en verzet tegen onvrijheid levensgevaarlijk is.
Laat het ons iedere keer weer doen stilstaan bij het feit dat vrijheid, democratie en
recht niet vanzelfsprekend zijn. We moeten onze vrijheden koesteren en er
verantwoord mee omgaan zoals met een kostbaar geschenk. Laten we de waarden
ook op een aansprekende manier overbrengen op jongelui door de verhalen te
vertellen, opdat ook zij onze vrijheden waarderen en er verstandig mee omgaan. Ik
ben er heel blij mee dat vanavond ook jongeren en kinderen aanwezig zijn. Ik ben ik
er trots op dat Edwin, Mell en Sanne, Anna en Petra op hun eigen manier woorden
hebben gegeven aan de betekenis van herdenken van verzet en vrijheid en dat de
scouts bijdragen aan het plechtige karakter van deze ceremonie.
Op deze manier geven we de betekenis van vrijheid door, geven we als het ware de
vrijheid zelf door.
Ik sluit af met een gedicht dat Sietse Wijnsma vandaag twintig jaar geleden
voordroeg bij de Nationale Dodenherdenking. Een gedicht dat eindigt met een vraag.
Een gedicht dat ons ook weer kan terugbrengen bij de vraag aan het begin van mijn
verhaal ‘Wat zou ik doen?’.
Verzet je tegen onderdrukking
van mensen door mensen.
Is macht dan zo belangrijk,
zo belangrijk om iemand dood te wensen?
Verzet je tegen gedachten
dat je beter bent dan een ander.
Voel je niet verheven,
maar leef naast elkander.
Verzet je tegen oorlog.
Laat hem niet beginnen,
want hij kent alleen maar slachtoffers.
Niemand zal ooit winnen.
Verzetten tegen … het klinkt zo stoer:
achter een idee gaan staan.
Maar zou het niet beter zijn,
als het woord niet hoefde te bestaan?

In dankbaarheid en met respect gedenken wij hen die:
In de Tweede Wereldoorlog omkwamen als militair of als lid van het verzet:
Hendricus Baars, 20 jaar
Adrianus Doolaard, 30 jaar
Egbert Jan Fokkema, 27 jaar
Jacobus Jan Pouwe, 18 jaar
Markus Andeweg, 23 jaar
Pieter van der Hoeven, 20 jaar
Adriaan Johan Evertse, 17 jaar
Catharina Traas – de Jager, 58 jaar
Cornelis Kraak, 20 jaar
Hendrik van der Zijde, 28 jaar
In Nederlands – Indië kwamen tussen 1945 – 1950 om:
Dirk Boender, 23 jaar
Gerrit van Hal, 45 jaar

In Goudswaard, Nieuw-Beijerland, Piershil en Zuid-Beijerland vielen in de Tweede
Wereldoorlog de volgende Burgerslachtoffers:
Annee Andeweg, 60 jaar
Laurens Jacob Andeweg, 20 jaar
Cornelis Berkhout, 40 jaar
Dirk Pieter Besteman, 26 jaar
Leendert Besteman, 28 jaar
Johanna Lena Doeleman, 50 jaar
Gillis Doeleman, 77 jaar
Elizabeth Suzanna Doeleman – Viergever, 75 jaar
Bastiaan van de Erve, 66 jaar
Abraham van Haneghem, 56 jaar
Willem Hoek, 60 jaar
Jan Hoogstad, 64 jaar
Pieternella Klein, 29 jaar
Teunis Koesveld, 24 jaar
Bastiaan Roos, 22 jaar
Leendert Schelling, 21 jaar
Leendert Sintmaartensdijk, 38 jaar
Adrianus Verhorst, 44 jaar
Eduard Visser, 19 jaar
Frans Johannes Visser, 34 jaar
Jacob Warning, 25 jaar

Laat een reactie achter

Vermeld hier alsjeblieft je reactie!
Vermeld hier alsjeblieft je naam