JONG TALENT WERKT

jong talent

Simpelveld – In de verhalenserie Jong Talent Werkt stellen de gemeenten Voerendaal en Simpelveld u graag voor aan een aantal jongeren, voor wie studeren of werken niet vanzelfsprekend is. U leest welke talenten deze jongeren hebben en wat zij allemaal moeten doen om die te kunnen benutten. En dat zij zoveel meer zijn dan de ‘jongeren met een Wajong-uitkering of speciale begeleiding’. Behalve de jongeren, komen in deze serie een aantal professionals die met hen werken aan het woord. De jongeren zijn tieners en twintigers, en soms – zoals vandaag – een dertiger. We starten met het verhaal van Eef.

Als ik kon toveren

Eef is een energieke derdejaars hbo-studente vol toekomstplannen die middenin het leven staat. Tot die desastreuze aanrijding in 2003 waardoor ze een whiplash oploopt. Een jaar revalidatie volgt, maar levert weinig op. Eef kampt met geheugen- en concentratieproblemen, is continu moe, heeft weinig energie en wordt volledig afgekeurd. Na een moeizaam acceptatieproces lukt het haar om in elk geval de basale zaken zelf te regelen. Als ze twee jaar geleden door het UWV wordt opgeroepen voor een herkeuring, heeft dat veel impact. Een openhartig verhaal over vooroordelen, angst en frustratie.

 

“Als je leven zo plotsklaps verandert, vraagt dat nogal wat van je,” begint Eef haar verhaal. “Dingen waar je vroeger niet eens over nadacht, kun je ineens niet meer. Het is heel moeilijk om dat te accepteren. Het lukte me uiteindelijk om de basale zaken, zoals het huishouden en de hond uitlaten, voor elkaar te krijgen. Na een paar jaar beviel ik van Rosa en kwam daar de zorg voor een dochter bij. Het was zwaar om alles te regelen, maar het lukte net. En toen viel die brief van het UWV op de deurmat. Dat kwam wel even binnen. Omdat er geen duidelijke aanwijsbare beperkingen zijn en ik wel over arbeidsvermogen beschik, ben ik niet volledig arbeidsongeschikt.”

 

“Na verschillende gesprekken met het UWV startte ik met het traject naar werk,” vervolgt ze. “Ik ging aan de slag met jobcoaches. Dat was lang niet altijd makkelijk. Dan hadden ze het over ‘werkfit’ maken en ging het over een vast dagritme aanhouden, op tijd opstaan, jezelf verzorgen. Ik heb vaak gedacht ‘Wat doe ik hier?’. Ik snap dat er mensen zijn die daar baat bij hebben, maar ik voelde me hier volkomen misplaatst. Ik weet hoe het werkt in de maatschappij. Mijn hoofd wil heel veel, maar mijn lichaam werkt niet mee. Ik zou zo graag een opleiding volgen, een betekenisvolle bijdrage leveren waar ik voldoening uithaal, maar het lukt gewoonweg niet. Ik ben uiteindelijk twee dagdelen per week als administratieve kracht aan de slag gegaan bij de culturele werkplaats Zeezicht in Heerlen. Maar moest daarvoor al snel de prijs betalen. Overbelasting heeft meteen effect op mijn weerstand.”

 

“Hierdoor werd ik opnieuw keihard geconfronteerd met mijn beperkingen,” vertelt Eef. “Ook het UWV bekent dat ze het eigenlijk niet meer weten. Dat is weliswaar eerlijk, maar ook heel frustrerend. Toch heeft die herkeuring ook goede dingen opgeleverd. Ik werd erdoor geprikkeld om te kijken wat ik wel kan. Te zoeken naar mogelijkheden. Maar het leerde me ook naar mijn lichaam te luisteren en voor mezelf te kiezen. Ik werk nu elke week een dagdeel. De laatste tijd gaat het weer iets beter. Ik ga wel nog steeds heel vroeg naar bed, maar hoef niet meer elke middag te rusten. Het energieniveau wisselt heel erg. De ene maand kan ik veel meer dan de andere, dat is lastig. Zowel voor mijn omgeving, als voor mezelf. Mijn zelfvertrouwen loopt geregeld klappen op. Dat komt waarschijnlijk ook voort uit de manier waarop ik vroeger zelf keek naar mensen met een beperking. Ik ben nu bang dat ik zelf zo gezien word. Met hulp van een regressiecoach leer ik hier beter mee om te gaan en mezelf te accepteren.’’

 

‘’Doordat ik elke week ga sporten en mezelf blijf uitdagen, maar ook door een trainer die heel goed weet wat ik wel en niet aankan, merk ik dat ik hierin veel ben vooruit gegaan. En dit heeft een positief effect op mijn gezondheid en mijn dagelijks functioneren. Doordat je ondanks dat je je niet goed voelt, toch jezelf op deze manier blijft uitdagen, krijg je een betere basis. Daardoor lijken dagelijkse dingen, maar ook juist de extra’s die normaal veel energie kosten, makkelijker te gaan. Ik heb veel aan de trainingen, mijn belastbaarheid is toegenomen. De sleutel blijft balans. De trainingen helpen me ook om keuzes te maken en voor mezelf te kiezen. Dit klinkt misschien egoïstisch, maar het is zo belangrijk. Wie ben ik? Wat wil ik wel, en wat niet? Waar word ik blij van? Dichtbij jezelf blijven en voor jezelf zorgen, dat is goed voor iedereen. Maar als je zoals ik leeft met een beperking, kan het veel energie besparen  en ruimte geven voor nieuwe dingen.

Ik doe nu iets wat ik nooit durfde: salsadansen. Een uurtje voor mezelf, doen wat ik wil doen, maakt die paar dagen extra rust een stuk minder moeilijk.’’

 

Als Eef kon toveren zou alles anders zijn, vertelt ze. ‘’Maar ik kan niet toveren. Ik probeer zoveel mogelijk naar de leuke dingen te kijken, leg de nadruk op wat ik wel kan. Het belangrijkste vind ik dat ik er voor mijn dochter kan zijn, dat ik een goede moeder ben. Die aanrijding heeft mijn leven dan wel voorgoed veranderd, maar ik ben nog steeds Eef. Daar verandert ook een beperking niets aan.”

Laat een reactie achter

Vermeld hier alsjeblieft je reactie!
Vermeld hier alsjeblieft je naam